Is individualiteit de oorzaak van vele diagnoses en labels?
Het begrijpen van individualiteit — hoe iemand uniek is ontworpen en hoe dit van invloed is op de manier waarop iemand denkt, voelt en functioneert — kan helpen om de beperkende en destructieve effecten van diagnoses en labels zoals autisme, depressie en persoonlijkheidsstoornissen te verminderen. De belangrijkste vragen zijn: Zijn diagnoses en labels helpend, of zijn ze beperkend en destructief? Zijn ze gebruikt als een manier om individualiteit te camoufleren en te onderdrukken?
Ik geloof dat iedereen die werkelijk verbonden is met zijn of haar individualiteit (oftewel authenticiteit) zich kan herkennen in de strijd om zich aan te passen aan maatschappelijke normen ten koste van je ware ik. Onze generatie heeft deze druk sterker gevoeld dan eerdere generaties, omdat we juist meer afgestemd zijn op onze individualiteit. Wij vormen de brug tussen de ‘oude tribale systemen’ en het nieuwe tijdperk van ‘individuele bekrachtiging’. Tijdens het vervullen van onze missie, het bekrachtigen van onszelf en anderen, worden we onvermijdelijk geconfronteerd met de beperkingen die op individualiteit zijn gelegd. Een van deze beperkingen zijn verschillende medische diagnoses en labels zoals bijvoorbeeld ADHD, autisme, depressie en persoonlijkheidsstoornissen.
Steeds meer mensen tussen de 20 en 30 jaar krijgen een diagnose, grotendeels omdat ze moeite hebben om zich te conformeren aan maatschappelijke normen en verwachtingen. Deze worsteling leidt ertoe dat ze gaan geloven dat er iets mis met hun is. Hoewel er andere redenen kunnen zijn waarom iemand zich herkent in autisme, depressie of een persoonlijkheidsstoornis, ligt de onderliggende oorzaak vaak in het gewicht van maatschappelijke verwachtingen. Waarom? Zodra iemand anders denkt, voelt, of functioneert dan de geïdealiseerde norm, ontstaat de aanname dat er een onderliggende mentale oorzaak moet zijn. Zo zijn we geprogrammeerd en zo werkt het mentale gezondheidssysteem. Maar deze manier van denken is destructiever dan we beseffen — het brengt ons steeds verder weg van onze individualiteit, onze ware natuur, terwijl juist onze individualiteit behouden moet blijven, zeker met het oog op de tijden die voor ons liggen.
Wat als er helemaal geen mentale oorzaak is? Wat als de manier waarop je denkt en voelt volkomen natuurlijk is voor de manier waarop jij uniek bent ontworpen? Wat als niemand in essentie bedoeld is om zich te conformeren aan maatschappelijke normen en verwachtingen?
Als dat zo is, hoeven we onszelf niet langer te vergelijken met deze externe normen. En als we stoppen met vergelijken, verliezen dit soort diagnoses en labels simpelweg hun fundament. Ze zijn gebaseerd op een geïdealiseerd beeld van wat ‘normaal’ is en hebben dat beeld in stand gehouden. Daarmee zijn ze een manier geworden om individualiteit te camoufleren en te onderdrukken. Maar deze labels dienen geen individuele bekrachtiging: de ruimte waarin onze verschillen worden geaccepteerd en gevierd, waarin onze liefde voor onszelf, de natuur en elkaar groter is dan de externe krachten die ons van elkaar en in onszelf proberen te scheiden.
Aan de positieve kant zie ik ook dat diagnoses en labels mensen kunnen aanzetten tot zelfontdekking. Velen beginnen te onderzoeken hoe ze beter kunnen functioneren, hun unieke kwaliteiten kunnen benutten en hun eigen betekenisvolle bijdrage kunnen leveren. Ze weten intuïtief dat ze hun diagnose niet zijn, maar dat ze méér zijn dan dat. In die zin kan een diagnose vaak ook juist de katalysator zijn voor ontwikkeling en zelfacceptatie.
Wat ik echter wil zeggen is: ‘zoek geen acceptatie in een diagnose, zoek acceptatie in wie jij bent.’